Call for proposals: Organise your own Huizinga Institute Masterclass or Workshop (ReMa-PhD level)

Application procedure: fill out our application form and send it to huizinga@uu.nl
Application deadline: 6 May 2019

The Huizinga Institute offers Research Master students and PhD candidates the opportunity to organise a masterclass or workshop about a subject of their choosing within the field of cultural history. The proposed activities may take different forms, such as a research seminar with (international) experts or a more practice-oriented workshop in the (work)field, and may be aimed at any subdiscipline in the broad cultural historical field. The call is open to Research Master students, PhD candidates and senior members.

We are able to support several activities in this call and are looking for activities ranging from half a day to two days. Proposed activities should (preferably) take place in 2019. Student organizers will receive ECTS credits for their activities as organisers.

To submit your proposal, please fill out the application form and send it to coordinator Annelien Krul (huizinga@uu.nl). She is also available to discuss options and answer any questions. Proposals will be reviewed by the Huizinga Institute’s Programme Team. Applicants will receive a response before 1 June 2019.

Come discuss the curriculum of the Huizinga Institute!

Dear PhD and ReMa members of the Huizinga Institute,

Now that the Huizinga Institute has found a new home in Utrecht, it is time to consider how recent developments within the discipline of cultural history should shape the Institute’s educational programme. To keep up with the needs of the 21st century researcher, the Institute plans to implement structural changes to the teaching programme in the coming years.

But what are the needs of the next generation of cultural historians? More than ever, Huizinga’s board and programme team are open to suggestions for the content and setup of the curriculum. As PhD/ReMA Council, we would like your views on your ideal training programme.

For that purpose, we are organising a meeting on Thursday April 18th where we will introduce preliminary ideas about the future curriculum and underlying key issues.

This is a unique opportunity the share your views and help shape both your own education and that of future historians! What should the skill set of the 21st century cultural historian look like? Should the training of competencies like international research collaboration or the generation of social impact be part of the core curriculum? What are your expectations of the Huizinga Institute? How do you see your own position as young researcher in the institute?

We hope to spark a fruitful discussion among peers about what it means to be a young researcher in the field of cultural history in the Netherlands and what we expect from the Huizinga Institute. Since this intergenerational get-together of Huizinga researchers is a great occasion for more informal conversation on our lives and careers, we will conclude the afternoon with (free!) drinks.

When: Thursday April 18th, 15.30-17.00
Where: Drift 23, room 212

To give us an idea of how many of you will join, please RSVP (huizinga@uu.nl).

We hope to see many of you in Utrecht on April 18th!

The PhD/ReMA Council

Nathanje Dijkstra
David van Oeveren
Bob Pierik
Marleen Reichgelt
Didi van Trijp
Jon Verriet

Terugblik Masterclass Benjamin Schmidt: ‘Violent images, violence against images: the visual culture of violence in the in early modern period’ (23 March 2019)

Verslag Masterclass Benjamin Schmidt: De Brakke Grond 23 maart 2019

Het doel van deze masterclass was om een diverse groep studenten kennis te laten maken met elkaar en het werk van Benjamin Schmidt. Centraal stond hier Schmidt’s werk over de verbeelding van ‘exotisch’ geweld in de Republiek der Zeven Verenigde Nederland, alsmede zijn keynote-lecture tijdens het congres ‘Imagineering violence’, waarin Schmidt sprak over iconoclastisch geweld tegen christenen in vroegmodern Japan.

Van tevoren hadden alle deelnemende studenten (5 PhD’s, 7 ReMA studenten) een kort stuk geschreven over het werk van Schmidt. Hierin benaderden de deelnemers vanuit hun eigen expertise de thema’s van identiteitsvorming, verbeelding, en geweld. Dit zorgde voor een interessante mix van onderwerpen: executieliederen, de logica van geïllustreerde boeken, en de rol van geur in de verbeelding van imperiaal geweld in China.

Het eerste thema dat werd besproken was dat van de academische biografie. Schmidt legde uit hoe hij, afgestudeerd als literatuurhistoricus, zelf visuele en materiële bronnen in zijn onderzoek heeft geïncorporeerd. Verschillende studenten vroegen zich af hoe zij zelf, zonder achtergrond in kunstgeschiedenis bijvoorbeeld, toch andersoortige bronnen (beelden, objecten) in hun onderzoek konden gebruiken. Schmidt drukte de studenten op het hart dat ze zich niet moesten laten afschrikken door het feit dat sommige disciplines nogal territoriaal kunnen zijn. Studenten moeten de mogelijkheden aanpakken om bijvoorbeeld de collecties van musea te bekijken en te gebruiken om zo juist ervaring op te doen, en moeten vooral niet bang zijn om fouten te maken.

Na deze introductie werden de verschillende thema’s besproken die naar boven kwamen in de geschreven essays (paratext, Europese identiteitsvorming, etc.). Na deze inhoudelijke stukken (1 uur verder) werd er een korte pauze ingelast.

 

Het tweede onderdeel van de masterclass ging over de vraag hoe onderzoekers zichzelf moeten verhouden tot geweld als onderzoeksonderwerp. In hoeverre kan je jezelf verplaatsen in een onderwerp? Hoe zorg je ervoor dat bij een gevoelig onderwerp zoals geweld dat je niet het geweld herhaald door het te bespreken? Aansluitend hierop werd ook de vraag van Huizinga’s ‘historische sensatie’ opgeworpen. De student die executieliederen onderzocht had bij sommige liederen ook de melodie ontdekt; het zelf zingen van zo’n (gewelddadig) lied kan historische kennis verlenen over de lichamelijke aspecten van geweldsverbeelding (er werd bijvoorbeeld geopperd dat deze liederen in zo’n geval door een groep zouden kunnen worden gezongen, omdat dit in de vroegmoderne periode ook het geval was). Ook kwam de vraag ter sprake over Schmidt zelf ooit had gedacht aan het herhalen van historische handelingen – zoals de Japanse traditie waarbij zowel van Europeanen en Japanners werd geëist om Christelijke iconen met de voet te vertrappen om zo de loyaliteit aan de Shogun boven die van het christendom te tonen. De lichamelijke ervaring van het treden van bronzen iconen met de blote voet zou wellicht nieuwe inzichten kunnen verschaffen in de ‘embodied knowledge’ die centraal staat bij dergelijke handelingen. Hoe voelt het brons op de blote voet? Hoe hard kun je trappen voordat je niet de icoon ‘pijnigt’, maar juist jouw eigen voet?

Bij andere studenten was dergelijke kennis problematischer. Een van de deelnemers doet bijvoorbeeld onderzoek naar executies in de 16de-eeuwse Nederlanden. Zelf een executie bijwonen is echter van een geheel andere orde dan een liedje zingen. Tegelijkertijd werd ook opgemerkt door de deelnemers dat er genoeg landen zijn (waaronder de VS), waar executies geen deel van het verleden, maar van het heden zijn. De historische omgang met geweld vraagt dan, volgens Schmidt, altijd een constante (ethische) reflectie in het eigen onderzoeks- en schrijfproces – een aspect waar meerdere studenten vanuit hun eigen achtergrond (waarvan één bijvoorbeeld als antropoloog) konden meepraten.

De setting van De Brakke Grond voor de gehele masterclass had een grote meerwaarde. De masterclass zelf vond plaats op het podium van het theater van de Rode Zaal, waarbij een kring van banken en stoelen voor een informele en gemoedelijke sfeer zorgden. Ook waren op locatie enkele kunstwerken te zien die zijn gemaakt in het kader van het ‘Imagineering Violence’ congres. De lunch aan de afloop van de masterclass zorgde ervoor dat studenten de mogelijkheid hadden om na te praten en elkaar beter te leren kennen, en tevens om nog in gesprek te gaan met Schmidt. Op deze manier was de masterclass niet alleen nuttig voor kennisoverdracht en kennisdeling, maar konden zowel PhD’s als ReMa-studenten onderling nieuwe contacten opdoen.

Share your plans: organize a masterclass, workshop or other Huizinga-activity

Our goal is to give you the best education opportunities possible. That requires a demand-driven programme, for which we need your help. Do you miss anything in the Huizinga Institute’s programme? And do you have ideas for a ReMa-PhD Masterclass, Workshop, Atelier or course? Or an activity focused on community/platform building?

We greatly welcome initiatives from ReMa-students and PhD candidates, and have budget available to support several activities each year. Organizers may receive ECTS credits for their efforts. To submit your proposal, please fill out the application form and send it to coordinator Annelien Krul (huizinga@uu.nl). She is also available to discuss the possibilities and to answer any questions.

We look forward to hearing from you!

Bijeenkomst Projectgroep Egodocumenten

1 maart 2019, 14:00 uur (inloop vanaf 13:30)
Amsterdam, Universiteitsbibliotheek (Potgieterzaal), Singel 425

Programma

  • Lezing door Alle de Jonge over het Nederlands Adelsboek en het Nederlands Patriciaat  als verscholen bron voor biografisch onderzoek.
  • Lezing door Peter Buijs over geluk en identiteit in egodocumenten tussen ca. 1500 en 1850.
    (In vervolg op zijn boek De eeuw van het geluk. Nederlandse opvattingen over geluk ten tijde van de Verlichting, 1658-1835 (Hilversum: Verloren, 2007)
  • Lezing door Wim Denslagen over zelfreflectie en opvatting over het schrijverschap bij beroemde geschiedschrijvers en bij beroemde auteurs van autobiografieën.
    (In vervolg op zijn boek Historisch introspecties. Geschiedschrijvers over geschiedschrijver (Den Haag: Uitgeverij U2pi, 2018).
  • Rondvraag
  • Borrel

Informatie en (niet verplicht) aanmelden:

Rudolf Dekker
Email: rdekker123@gmail.com
Website: www.egodocument.net

RMa Course – Heritage & Memory Theory Seminar

Dates and time: 3, 10, 17 & 24 May (15-18h), 29 May (12-20h – notice: change in start and end time) 2019
Venue: University of Amsterdam, Bushuis, Kloveniersburgwal 48, Room D2.04
Open to: RMa Students, who are a member of a Dutch Graduate Research School (onderzoekschool). RMa Students who are members of the Huizinga Institute will have first access. PhD Candidates are allowed to register, however RMa Students will have first access.
Fee (nonmembers): € 250
Credits: 5 ECTS
Coordination: Dr Ihab Saloul (University of Amsterdam)
Registration: Maximum participants in this event: 20

Description, Themes & Objectives

The analytical study of heritage and memory studies poses particular problems of method for all, from beginners to very experienced scholars. Due to its fundamental interdisciplinary, transnational and comparative nature, this seminar devises a specific format that explicitly addresses the methodological ins and outs of heritage and memory studies. We will critically examine the dynamics of the past from the perspective of tangible and intangible remnants, spaces and traces as well as the politics of forgetting and heritage appropriations, significations, musealizations and mediatization in the present. How key sites of heritage and memory in Europe and beyond are presented, interpreted, and renegotiated? And how do memory discourses operate as vehicles of local, national, continental and global identity building? Key topics will address the multidirectionality of heritage and memory as well as the theoretical implications identity and trauma, mourning and reconciliation, nationalism and ethnicity, diaspora and intergenerational memories, landscapes and mass violence, heritage preservation and commemorations, experience and authenticity, (dark) tourism, diaspora and postcolonial memory, and performative reenactments and the art of absence and forgetting. The objectives are to:

  • Introduce researchers to central concepts in the field of heritage and memory studies
  • Provide training with samples from advanced theoretical texts (reading, understanding, discussing and integrating literature in the researchers’ own projects)
Organization & Programme

The intellectual engagement with heritage and memory concepts and the ideas they develop is both necessary and often, quite problematic. In this 5-day seminar the collective effort to deal with this issue is as important as the acquisition of knowledge. The conceptual premise underlying this analytical approach is that interdisciplinary lacks the traditional paradigms that used to provide obvious methodological tools. Concepts offer a substitute; a methodology that is flexible, yet responsible and accountable. The aim is to open up an academic space where a common ground can be found without sacrificing specific and precious disciplinary knowledge.

The program will be announced in advance but the general format is a 3-hour seminar session with an introductory lecture, presentations and a class discussion. In preparation students will be given some theoretical texts to read; a full list of literature will be provided in advance. All participants are expected to:

  • Attend all sessions and read the texts seriously
  • During each session teams of two or three participants will present an object/case study of their own choice on which they bring to bear the texts and concepts
  • Write a 2000-word report with a special focus on a theme of choice.
Credits & Certificate

Certificates of participation and credits are available upon request after the event. Event coordinators will decide whether the participant has fulfilled all requirements for the ECTS. Please direct your request to Huizinga@uu.nl and include the postal address you want the certificate send to. Note: the certificate itself is not valid as ECTS, you need to validate it yourself at your local Graduate School.

CCO II – Anxiety with Sources

Anxiety with Sources

Date: 15 May 2019
Time: 13.30 – 17.00h
Location: Utrecht University, Kromme Nieuwegracht 80, Van Ravensteynzaal
ParticipantsPhD students (2nd year and on) who are affiliated with the Huizinga Instituut
Registration

Lecturer: Prof. Joep Leerssen
Theme: The tension between the usage of sources (secundary literature) on the one hand, and a researcher’s will to present a completely original research – which is even one of the official academic prerequisites of a doctoral thesis – on the other hand.

Participants are requested to prepare a presentation from 5 up to 10 minutes on their own experiences with this ambivalence.

Further information to be announced.

Atelier Wetenschappelijk Recenseren – Prof. Ieme van der Poel (UvA)

Datum: 14 maart 2019
Tijd: 10:00-16:00
Locatie: Universiteitsbibliotheek Amsterdam (Vondelzaal), Singel 425
Bestemd voor: Promovendi en Research Master studenten
Credits: 1 ECTS
Coördinatie: Prof. Ieme van der Poel in samenwerking met het Huizinga Instituut
Aanmelden: voor 15 februari 2019
Maximaal aantal deelnemers: 10
NB: Deze cursus wordt in het Nederlands gegeven

Helaas is het maximaal aantal deelnemers voor dit Atelier bereikt. Op onze reservelijst is nog altijd wel plaats. Stuur een mail naar huizinga-fgw@uva.nl (en per 1 januari 2019 naar huizinga@uu.nl) om op deze lijst geplaatst te worden.

Het schrijven van recensies van wetenschappelijk werk is een vaardigheid waarvan promovendi en universitaire onderzoekers-in-spe op enig moment van hun loopbaan zeker profijt zullen hebben. Daarbij valt te denken aan het beoordelen van de waarde van een studie voor vakgenoten, maar ook, wanneer het een krant of weekblad betreft, aan het schrijven van een kritiek voor een algemeen, geïnteresseerd publiek. Een recensie kan een boek maken of breken, en alleen al daarom is het van belang dat een recensent zich bezint op de eisen en voorwaarden van de kritiek.

Voor het schrijven van recensies van wetenschappelijk werk bestaan geen vaste richtlijnen. Anders dan bij het schrijven van literaire kritieken gaat het bij het recenseren van vakliteratuur niet om esthetische oordelen en smaak. Toch is er ook in de wetenschap een duidelijk verschil tussen aanvaardbare en onaanvaardbare recensies. In dit atelier komen vragen aan de orde als ‘Wat zijn maatstaven voor een goede recensie?’ ‘Vergt het recenseren van een wetenschappelijk boek een speciale manier van lezen?’ ‘Hoe maak ik een samenvatting die recht doet aan het boek?’ ‘Hoe blijf ik een academische toonzetting houden als een boek werkelijk niets voorstelt?’ ‘Kan ik het boek van een vriend recenseren?’ ‘Hoe bespreek ik een congresbundel of een andere publicatie waaraan meerdere auteurs hebben meegewerkt?’ ‘Stelt een recensie voor een digitaal platform andere eisen dan die voor een publicatie op papier?’

Tijdschriften en kranten leggen sterke beperkingen op aan recensies. Gewoonlijk staan kranten niet meer dan 500 woorden toe, terwijl ook vaktijdschriften meestal slechts 1000 woorden reserveren (alleen voor recensie-artikelen meer, maar dan bespreekt de recensent vaak enige onderling samenhangende boeken.) Wat moet er nu op zijn minst in een recensie komen te staan, als er maar zo weinig ruimte beschikbaar wordt gesteld? Aan de hand van recensies uit diverse vakgebieden van de geesteswetenschappen zullen tijdens het atelier in onderlinge wisselwerking richtlijnen en voorwaarden worden opgesteld.

Voorbereiding en literatuur

Van elke deelnemer wordt verwacht dat hij of zij van tevoren een recensie schrijft, die tijdens het atelier wordt besproken. De recensies worden nog voor het atelier plaatsvindt aan alle deelnemers ter beschikking gesteld, zodat iedereen elkaars recensie kan lezen. Om de bespreking te vergemakkelijken, is gekozen voor een recensie van een boek over een van de meest vernieuwende en dynamische ontwikkelingen binnen de geschiedwetenschap van dit moment: global history. Het betreft een wetenschapsgebied dat de nadruk legt op begrippen als mobiliteit, connectiviteit, mondialisering, Eurocentrisme en postkolonialisme en dat om die reden ook studenten buiten de geschiedwetenschap zal interesseren.

  • Sebastian Conrad, What is Global History? (Princeton, N.J.: Princeton University Press, 2016).

NB: je moet dit boek zelf aanschaffen, of lenen in een bibliotheek.

De omvang van de recensie is 750 woorden. De taal is naar wens Nederlands of Engels. Iedereen mag zelf een (fictieve) doelgroep kiezen. Je kunt kiezen voor een vaktijdschrift (bijvoorbeeld The Journal of European Studies), of voor een dagblad (bijv. Trouw), of voor een medium tussen die niveaus in (De Groene Amsterdammer, De Gids). Vermeld bij de recensie welk type doelgroep je op het oog had. Om beïnvloeding te vermijden is het raadzaam reeds gepubliceerde recensies niet vooraf te lezen.

Inleveren opdracht door toezending aan de docent (i.m.vanderpoel@uva.nl) en aan het Huizinga Instituut (huizinga-fgw@uva.nl, vanaf 1 januari 2019 huizinga@uu.nl), uiterlijk 1 maart 2019. Let op: tijdig inleveren van deze opdracht is verplicht om deel te mogen nemen aan het atelier.

Cursus ‘Rome lezen: de toeristische stad’

Datum: 13 t/m 27 mei 2019
Locatie: Koninklijk Nederlands Instituut te Rome
Voor: Promovendi en ReMa-studenten die lid zijn van het Huizinga Instituut (Italiaanse taalkennis niet nodig)
Studielast: 6 ECTS
Taal: Nederlands
Onderwijsvorm en toetsing: Voorbereidende opdracht; locatiegebonden groepsopdrachten; individuele presentatie; bijdrage aan discussies; afsluitend essay
Coördinatie: Prof. dr. Jan Hein Furnée (RU)
Docenten: Prof. dr. Jan Hein Furnée (RU, coordinator), Prof. dr. Harald Hendrix (KNIR, directeur) en gastdocenten
Kosten: Gratis. Voor reiskosten kan een tegemoetkoming van 175 euro worden aangevraagd
Aanmelden: Registratie via KNIR – https://www.knir.it/nl/tile/seminar-rome-lezen-2019/
Voor meer informatie kun je contact opnemen met Paul Koopman via huizinga-fgw@uva.nl of het KNIR  https://www.knir.it/nl/

Deadline aanmeldingen: 15 februari 2019

Sinds de klassieke oudheid is Rome vrijwel onafgebroken bezocht, bewonderd en soms bekritiseerd door pelgrims, reizigers en toeristen. Welke impact heeft dit gehad op de geschiedenis van de stad – op te vatten als de interactie tussen de gebouwde ruimte (urbs), sociaal-economische structuur (civitas) en beeldvorming (topos)? Welke impact heeft de complexe geschiedenis van de stad, op haar beurt, gehad op veranderende verwachtingen, gedrag en ervaring van toeristen? Welke plaatsen, actoren en media hebben daarbij een sturende rol gespeeld? Hoe kunnen cultuurhistorici deze dynamiek onderzoeken en de stad op nieuwe manieren lezen? Wat is het belang van dit onderzoek voor de huidige toeristische sector en stedelijke maatschappij?

In de cursus maken deelnemers op basis van programmatische teksten en case studies kennis met een breed palet aan (inter)disciplinaire invalshoeken en methodes om de impact van toerisme en pelgrimage op de ruimtelijke, sociaal-economische en culturele dynamiek van de stad te analyseren. Vervolgens zullen we aan de hand van combinaties van zelf te kiezen bronnen – bv. reisverslagen, gidsen, tijdschriften, prenten, schilderijen, foto’s, films, archieven van toeristische organisaties en lokale overheden – onderzoek doen naar de betekenis van Rome voor toeristen en de betekenis van toerisme voor Rome. In gesprekken met verschillende professionele experts zullen we ten slotte van gedachten wisselen over de uitdagingen van de toeristische stad, en de bijdrage die wij met ons cultuurhistorische onderzoek daaraan kunnen leveren.

NB: De cursus Rome lezen wordt in mei 2019 voor de vierde en laatste keer aangeboden.

Summer School 2019 – Macro versus Micro: The Challenges of Global Intellectual History

Dates and Times: 5 June (introductory meeting, 14-17h), 3, 4, 5 July (9-18h) 2019
Venue: Utrecht University
Open to: RMa-students and PhD researchers from the Huizinga Institute and other national research schools
Credits: 5 ECTS
Coordination: Prof Annelien de Dijn (UU), Dr Matthijs Lok (UvA)
Registration (Maximum participants in this event: 30)
Register before 15 April 2019

Worldwide, intellectual history is moving into new, exciting directions. Tapping into new source materials, covering longer stretches of time, dealing with broader geographical spaces, making comparisons and drawing connections on a global scale, as well as combining established and new (digital) methods, both young and up-coming as well as established experts are in search for new answers – and perhaps more importantly – new questions. The aim of the Huizinga Summer school is to discuss the methods and insights of Global Intellectual History with RMa students and PhD researchers.

Since a decade or so, intellectual historians are self-consciously treading the paths of ‘big’ and ‘global’ intellectual history. Established intellectual history methods such as the ‘history of concepts’ (Koselleck) and the ‘history of political languages’ (Pocock) have from their inception pursued long-term chronological and broad geographical enquiries. Yet only recently more self-reflective endeavours have been made to explicate and articulate both the potentialities and challenges of doing intellectual history ‘on a large scale’. In response to criticisms that ‘big intellectual history’ runs the risk of neglecting the specific (cultural, linguistic, political, intellectual, social) contexts in which ideas are embedded, David Armitage has suggested ‘serial contextualism’ as a way to trace ideas through a number of epochs and places. Others have made a case for ‘global comparative history’ to enable comparisons of epoch and places that are not necessarily connected; and yet others stress the need for examining the circulation, transfer, intermeshing, and adaptation of ideas.

Although these are promising and suggestive approaches to intellectual history on a ‘macro level’, they raise the question what role there is left for intellectual history on the ‘micro level’. Is it possible to somehow bring into dialogue the ‘macro’ and the ‘micro’, and if so, how? Furthermore, by focusing on ‘big’ and ‘global’ – and stressing interconnectedness, exchange, and integration – who and what is included and excluded? Surely resistance, conflict, separation, and isolation are also part of big and global intellectual history. Such considerations, finally, raise questions about the use, value, lessons and challenges of big and global intellectual history. Why should we do it? What is its societal value?

Contributors

Dr Camille Creyghton (UvA/KCL)
Prof. Annelien de Dijn (UU)
Dr Ruud van Dijk (UvA)
Dr Lisa Kattenberg (UvA)
Dr René Koekkoek (UU)
Dr Matthijs Lok (UvA)

Keynote speakers

Prof. Dominic Sachsenmeier (Georg-August University Göttingen)
Prof. Sachsenmaier holds a chair professorship in “Modern China with a Special Emphasis on Global Historical Perspectives”. Sachsenmaier’s main current research interests include China’s transnational and global connections in the past and present. Furthermore he has published in fields such as Chinese concepts of society, the global contexts of European history and multiple modernities. He is the author of: Global Entanglements of a Man Who Never Traveled: A 17th– Century Chinese Christian and his Conflicted Worlds (New York: Columbia University Press, 2018); Global Perspectives on Global History. Theories and Approaches in a Connected World, (Cambridge University Press, 2011). Together with Sven Beckert he edited History, Globally, (London: Bloomsbury, 2018); with Margrit Pernau he edited Global Conceptual history: A Reader, (London: Bloomsbury, 2016).

Prof. Andrew Fitzmaurice (University of Sydney)
Prof. Fitzmaurice’s research has focused upon the ideologies of European empires. His early work concerned the political ideas of early American colonisation. More recently, he has been concerned with Europeans’ justifications for the appropriation of land and sovereignty in the non-European world from the sixteenth century through to the twentieth. His current research project focuses on the role of the British nineteenth-century jurist Sir Travers Twiss in the justification of the Congo Free State. He is the author of: Sovereignty, Property and Empire, 1500-2000 (Cambridge: CUP, 2014); Humanism and America: An intellectual history of English colonisation, 1500-1625 (Cambridge: CUP, 2003). Recent publications include ‘Scepticism of the Civilizing Mission in International Law’, In: M. Koskenniemi, W. Rech, M. Jimenez Fonseca (eds.), International Law and Empire: Historical Explorations (Oxford: OUP).

More information TBA

RMa course – Imagining the Self and the Other

Imagining the Self and the Other

Dates and time: 4, 11, 18, 25 April & 2, 9, 16 May, 9:00-12:00
Venue: PC Hoofthuis (Room 3.01), University of Amsterdam (Spuistraat 134)
Open to: RMa Students, who are a member of a Dutch Graduate Research School (onderzoekschool). RMa Students who are members of the Huizinga Institute will have first access. PhD Candidates are allowed to register, however RMa Students will have first access.
Fee (nonmembers): € 250
Credits: 5 ECTS
Coordination: Dr Yolanda Rodriguez Perez (University of Amsterdam)
RegistrationMaximum participants in this event: 25

More information to be announced soon.