Wat is oral history

Definitie:
Oral history is een vorm van geschiedschrijving die is gebaseerd op retrospectieve herinneringen van ooggetuigen, meestal aan de hand van interviews. Tot dit werkveld hoort ook de reflectie op de ontwikkeling van de discipline, op interviewen als methode, op de relatie tussen interviewer en geinterviewde en op de werking van het geheugen.

Oral history heeft vier belangrijke functies. Allereerst de archieffunctie, het vastleggen van  herinneringen van geïnterviewden zodat deze kunnen dienen als historische bron. De tweede functie is democratisering, in die zin dat mondelinge bronnen een stem geven aan groepen (vrouwen, arbeiders, minderheden) die in traditionele geschreven bronnen minder of niet vertegenwoordigd zijn.  Deze vorm van aandacht in ruil voor informatie heeft vaak een therapeutische werking, omdat het  ervaren wordt als een vorm van erkenning. Ten slotte heeft oral history een wetenschappelijke  functie als methode van onderzoek binnen de geschiedschrijving.

Het interview als bron:
Anders dan bij een schriftelijke bron, is het interview het resultaat van een interactie tussen twee personen: de interviewer en de geïnterviewde. Een dergelijke bron biedt informatie op twee niveaus: concrete beschrijvingen van ervaringen en gebeurtenissen, maar ook informatie over hoe men die ervaringen en gebeurtenissen selecteert, verwoordt en beoordeelt. Het gaat dus zowel om wat er gezegd wordt, als over hoe men het zegt. Dit uitgangspunt heeft verwantschap met de methode die in de sociale wetenschappen kwalitatief onderzoek wordt genoemd, alleen is daar vaak het uitgangspunt dat de verteller anoniem blijft, en is bij deze disciplines de focus op gevoelens, percepties en meningen, en niet op beschrijvingen over het verleden, vanuit het perspectief van het heden. Een belangrijk onderscheid is dat tussen interviews die gehouden worden met de bedoeling een specifieke onderzoeksvraag te beantwoorden, en interviews die verzameld worden met het motief een onderwerp op een brede manier te documenteren. Het eerste is meestal de werkwijze van een individuele onderzoeker, terwijl het tweede vaak ondernomen wordt vanuit onderzoeksinstituten, archieven en bibliotheken. In de Angelsaksische wereld bestaat er een rijke en sterke traditie van collectie vorming van gesproken levensgeschiedenissen. in Nederland zijn pas de laatste tien jaar dit soort collecties ontstaan, veelal vanuit de behoefte de wereld van de laatste getuigen van een bepaald fenomeen voor de toekomst vast te leggen. Die Angelsaksiche invloed is merkbaar doordat ook hier de gangbare term ‘oral history’ wordt gebruikt, in plaats van de Nederlandse vertaling ‘mondelinge geschiedenis’.

Historiografie van Oral History
De Columbia-universiteit in New York  wordt beschouwd als de pionier op het gebied van oral history. De politicoloog Allen Nevis startte in 1948 een interview-programma om systematisch levensgeschiedenissen op te nemen, uit zorg over de drastische afname van correspondentie tussen belangrijke mannen die steeds vaker per telefoon communiceerden. Het project kreeg al snel navolging op andere Amerikaanse universiteiten, die herinneringen verzamelden van  politieke leiders en invloedrijke mensen uit het maatschappelijke en bedrijfsleven. In deze periode werd echter nog de transcriptie als de echte bron gezien, en de opname vaak daarna vernietigd.

Door de komst van draagbare en goedkope cassetterecorders begin jaren zestig won oral history snel aan populariteit. Het vakgebied professionaliseerde hierdoor snel, wat zichtbaar werd door de introductie van het eerste wetenschappelijke tijdschrift The Oral History Review in 1967. In die tijd veranderde ook de opstelling ten opzichte van de waardering van de bron. Men besloot dat de geluidsopname zelf en niet de schriftelijke weerslag ervan, de primaire bron was. Deze stap was onderdeel van een veel bredere ontwikkeling van methodologie en theorie, waarbij met name het werk van Alessandro Portelli invloedrijk was.

Begin jaren zeventig ontstond op de golven van de tijdgeest van democratisering in Groot-Brittannië de History Workshop als democratiseringsbeweging in de geschiedschrijving. Sociale wetenschappers rond Paul Thompson legden zich toe op het verzamelen van herinneringen van de gewone man die vaak in de geschiedschrijving geen plaats had. Paul Thompson schreef hierover het standaardwerk Voice of the Past: Oral History (1978). Terwijl de Verenigde Staten een meer institutionele traditie kenden die onder invloed van de Burgerrechtenbeweging plaats maakte voor minderheden, legde de Britse oral history beweging zich al vanaf het begin toe op sociale, feministische, arbeiders- en regionale geschiedschrijving. De beweging kreeg in 1971 haar eigen tijdschrift The Journal of the Oral History Society.

In Nederland is de oral history beweging  eind jaren zeventig opgekomen en sterk beïnvloed door de Britse tak. Eén van de pioniers is de historica Selma Leydesdorff. Nederlandse oral history heeft zich sterk ontwikkeld rond de thematiek van de Holocaust en vervolging en op de invloed van (oorlog)trauma’s op geïnterviewden. 

De afgelopen vijftien jaar heeft oral history binnen de geschiedschrijving een vaste en gewaardeerde positie gevonden . Als gevolg van de linguistic turn in de jaren tachtig van de 20ste eeuw, waarbij   teksten werden gedeconstrueerd op zoek naar achterliggende betekenissen en  machtsverhoudingen, groeide ook onder historici de belangstelling voor verhalen.  Dit leidde tot meer interesse voor contemporaine geschiedenis  waarbij interviews een essentiele bron zijn. Hierdoor is de methode van oral history geaccepteerd in verschillende historische domeinen  – van politieke geschiedenis en militaire geschiedenis tot cultuur- en bedrijfsgeschiedenis De afgelopen vijftien jaar is door de digitale mogelijkheden, de democratisering van geschiedschrijving en de groei van de erfgoed sector, veel geinvesteerd in het opbouwen van oral history collecties.

Al deze ontwikkelingen zijn gunstig voor de belangstelling voor het vakgebied, maar maken het lastig om het begrip en de activiteit te definiëren en te begrenzen.