Terugblik Masterclass Benjamin Schmidt: ‘Violent images, violence against images: the visual culture of violence in the in early modern period’ (23 March 2019)

Verslag Masterclass Benjamin Schmidt: De Brakke Grond 23 maart 2019

Het doel van deze masterclass was om een diverse groep studenten kennis te laten maken met elkaar en het werk van Benjamin Schmidt. Centraal stond hier Schmidt’s werk over de verbeelding van ‘exotisch’ geweld in de Republiek der Zeven Verenigde Nederland, alsmede zijn keynote-lecture tijdens het congres ‘Imagineering violence’, waarin Schmidt sprak over iconoclastisch geweld tegen christenen in vroegmodern Japan.

Van tevoren hadden alle deelnemende studenten (5 PhD’s, 7 ReMA studenten) een kort stuk geschreven over het werk van Schmidt. Hierin benaderden de deelnemers vanuit hun eigen expertise de thema’s van identiteitsvorming, verbeelding, en geweld. Dit zorgde voor een interessante mix van onderwerpen: executieliederen, de logica van geïllustreerde boeken, en de rol van geur in de verbeelding van imperiaal geweld in China.

Het eerste thema dat werd besproken was dat van de academische biografie. Schmidt legde uit hoe hij, afgestudeerd als literatuurhistoricus, zelf visuele en materiële bronnen in zijn onderzoek heeft geïncorporeerd. Verschillende studenten vroegen zich af hoe zij zelf, zonder achtergrond in kunstgeschiedenis bijvoorbeeld, toch andersoortige bronnen (beelden, objecten) in hun onderzoek konden gebruiken. Schmidt drukte de studenten op het hart dat ze zich niet moesten laten afschrikken door het feit dat sommige disciplines nogal territoriaal kunnen zijn. Studenten moeten de mogelijkheden aanpakken om bijvoorbeeld de collecties van musea te bekijken en te gebruiken om zo juist ervaring op te doen, en moeten vooral niet bang zijn om fouten te maken.

Na deze introductie werden de verschillende thema’s besproken die naar boven kwamen in de geschreven essays (paratext, Europese identiteitsvorming, etc.). Na deze inhoudelijke stukken (1 uur verder) werd er een korte pauze ingelast.

 

Het tweede onderdeel van de masterclass ging over de vraag hoe onderzoekers zichzelf moeten verhouden tot geweld als onderzoeksonderwerp. In hoeverre kan je jezelf verplaatsen in een onderwerp? Hoe zorg je ervoor dat bij een gevoelig onderwerp zoals geweld dat je niet het geweld herhaald door het te bespreken? Aansluitend hierop werd ook de vraag van Huizinga’s ‘historische sensatie’ opgeworpen. De student die executieliederen onderzocht had bij sommige liederen ook de melodie ontdekt; het zelf zingen van zo’n (gewelddadig) lied kan historische kennis verlenen over de lichamelijke aspecten van geweldsverbeelding (er werd bijvoorbeeld geopperd dat deze liederen in zo’n geval door een groep zouden kunnen worden gezongen, omdat dit in de vroegmoderne periode ook het geval was). Ook kwam de vraag ter sprake over Schmidt zelf ooit had gedacht aan het herhalen van historische handelingen – zoals de Japanse traditie waarbij zowel van Europeanen en Japanners werd geëist om Christelijke iconen met de voet te vertrappen om zo de loyaliteit aan de Shogun boven die van het christendom te tonen. De lichamelijke ervaring van het treden van bronzen iconen met de blote voet zou wellicht nieuwe inzichten kunnen verschaffen in de ‘embodied knowledge’ die centraal staat bij dergelijke handelingen. Hoe voelt het brons op de blote voet? Hoe hard kun je trappen voordat je niet de icoon ‘pijnigt’, maar juist jouw eigen voet?

Bij andere studenten was dergelijke kennis problematischer. Een van de deelnemers doet bijvoorbeeld onderzoek naar executies in de 16de-eeuwse Nederlanden. Zelf een executie bijwonen is echter van een geheel andere orde dan een liedje zingen. Tegelijkertijd werd ook opgemerkt door de deelnemers dat er genoeg landen zijn (waaronder de VS), waar executies geen deel van het verleden, maar van het heden zijn. De historische omgang met geweld vraagt dan, volgens Schmidt, altijd een constante (ethische) reflectie in het eigen onderzoeks- en schrijfproces – een aspect waar meerdere studenten vanuit hun eigen achtergrond (waarvan één bijvoorbeeld als antropoloog) konden meepraten.

De setting van De Brakke Grond voor de gehele masterclass had een grote meerwaarde. De masterclass zelf vond plaats op het podium van het theater van de Rode Zaal, waarbij een kring van banken en stoelen voor een informele en gemoedelijke sfeer zorgden. Ook waren op locatie enkele kunstwerken te zien die zijn gemaakt in het kader van het ‘Imagineering Violence’ congres. De lunch aan de afloop van de masterclass zorgde ervoor dat studenten de mogelijkheid hadden om na te praten en elkaar beter te leren kennen, en tevens om nog in gesprek te gaan met Schmidt. Op deze manier was de masterclass niet alleen nuttig voor kennisoverdracht en kennisdeling, maar konden zowel PhD’s als ReMa-studenten onderling nieuwe contacten opdoen.